vrijdag 6 maart 2026

Verhalen van mijn vader (7)

Mijn vader was radiotelegrafist in militaire dienst.
Hier graaft hij samen met een andere dienstplichtige
een diepe kuil waarin de centrale moet komen.


De komende vrijdagen publiceer ik steeds een van de verhalen die mijn vader Daan Klaassen (1934-2001) heeft geschreven.

Tunnel

Als een trein een tunnel ingaat, in Frankrijk en elders, laat de machinist een snerpend signaal horen. Is dat bedoeld voor iemand die in de tunnel is? Zou een dier in de tunnel op tijd kunnen vluchten of weg kunnen duiken op de grond?

Voor mij, die in de trein zit, is elk tunneltje even wennen. Maar zelf een tunnel inlopen: ik moet er niet aan denken. Als er licht gloort aan het eind kan het nog, maar ik zal niet gauw een tunnel zonder uitzicht ingaan.

Ik zie me nog voor de bochtige rioolbuis, manshoog bijna, waar ik met mijn militaire plunje in moest om te oefenen. Stilletjes ging ik een eindje bij mijn lotgenoten vandaan om te verschuilen tussen de bomen. Toen de oefening voorbij was, kwam ik pas terug, onopgemerkt. Ik praatte daar met niemand over, maar thuis wisten ze het.

Hoe kom je aan zoiets, een angst voor een tunnel, aan angst voor complete duisternis, ook als je in een huis bent? Komt het voort uit een prenatale angst, angst van je moeder die op je overgeslagen is toen je in de baarmoeder leefde? Of is het daar lichter dan je zou verwachten?

donderdag 5 maart 2026

Italiaans

Zo'n veertig jaar geleden studeerde ik schoolmuziek aan het conservatorium. Ik had de tijd van mijn leven: eindelijk een school waaar ik álles interessant vond. Het was ook heel hard werken voor mij, maar ook dat stimuleerde me. Alleeen intellectueel was het niet echt een uitdaging.

Vandaar dat ik vrijwillig het bijvak Italiaans volgde. Mijn klasgenoten waren voor het merendeel zangers, voor wie het vermoedelijk een verplicht vak was. Al na enkele lessen begonnen zij operagerelateerde vragen te stellen. Toen dat alsmaar aanhield en de structuur in de lessen ver te zoeken was haakte ik af.

Dat nam niet weg dat ik het volgende studiejaar het weer probeerde. Een derde keer ook nog trouwens. Het zal niet verbazen dat ik uiteindelijk heel weinig Italiaans geleerd heb.

Het afgelopen jaar ben ik opnieuw begonnen, nu via Duolingo. Het spelelement stimuleert me om er elke dag een beetje aandacht aan te geven. Gelukkkig mag ik legaal meeliften op het abonnement van I., zodat ik onbeperkt fouten kan maken. Verder probeert E. mij aan te moedigen om de taal af en toe echt te spreken in het dagelijkse leven. Spreekvaardigheid is niet mijn sterke kant, dus deze hulp is meer dan welkom. In vocabulaire ben ik beter. Zo ken ik nu "nuttige" woorden als la rana (de kikker), la condizionata (de airco) en il colloquio (het sollicitatiegesprek). Door de gemengde aanpak met het extra oefenen van de spreekvaardigheid, het soms weer inkijken van mijn oude Italiaanse studieboeken en Duolingo, gaat mijn Italiaans toch echt vooruit.
Zijn er misschien lezers van mijn blog die Duolingo-vriend willen worden?

woensdag 4 maart 2026

Sigarettenblikje

Het is oud en behoorlijk vies geworden in het gebruik, dit blikje van Philips Bros. Dat is tegelijkertijd de waarde voor mij. Volgens mijn moeder bewaarde haar moeder - dus mijn oma - haar sigaretten hier in. Rookte ze dan? Helaas is dat niet zo duidelijk. Wél dat ze een winkel in rookwaren heeft gehad in de Jan Pieterszoon Coenstraat in Hoorn.

maandag 2 maart 2026

Centrum van Utrecht

Mooi weer, dus we liepen naar de Utrechtse binnenstad. Ik heb in het centrum gewoond en ben er in ruim veertig jaar natuurlijk heel vaak geweest. Toch heb ik er weer opnieuw van genoten. Van de Catharijnesingel bijvoorbeeld
en van een gedichtje dat we spotten op een woning.
Van tegeltjes boven voordeuren op de Pelmolenweg, waarin je als je goed kijkt druiventrossen kan ontdekken.
En van dit stukje etalage op de Twijnstraat. Je kunt deze poppetjes/beeldjes vast ook elders krijgen, maar ik had ze niet eerder gezien.
Toch weer eens wat vaker aan de wandel naar en in het stadscentrum.

zondag 1 maart 2026

Opnieuw "Appels en peren"

Op 15 februari schreef ik over het boek "Appels en peren" van Maarten Asscher nadat ik het openingsbetoog had gelezen. Het sprak me bijzonder aan omdat het refereerde aan het bedrijven van geschiedschrijving waarvan ik aardig wat weet en dat me ook interesseert. Het was natuurlijk een beetje prematuur om toen al een soort persoonlijke recensie te noteren. Nu ben ik een flink aantal verhalen verder en kan ik een meer onderbouwd blogje over dit boek schrijven.

Je vraagt je misschien af waarom ik niet alle verhalen gelezen heb? Dat is geen lezersluiheid of iets dergelijks. Ik kan ze gewoon niet allemaal echt volgen. Het boek vraagt om een enorme belezenheid. Zo worden Telemachus en Hamlet met elkaar vergeleken bijvoorbeeld. Van zowel Telemachus als Hamlet weet ik eigenlijk niets. Dat maakt het moeilijk tot vrijwel onmogelijk om dit hoofdstuk te volgen. Voor andere hoofdstukken daarentegen is het niet essentieel dat je de besproken schrijvers kent. Zo gaat het over de zwarte schrijver Anatole Broyard die zich voordeed als een blanke. En weer andere betogen spreken me bijzonder aan omdat ik er juist wél wat van af weet. Over Lieve Joris, een schrijfster waarvan ik vrijwel alle boeken heb gelezen. Of het hoofdstuk "Napoleon en ik in Alkmaar" bijvoorbeeld.

Nu beloof ik niet meer terug te komen op dit boek hoor!

zaterdag 28 februari 2026

Vlag van Assendelft

Mijn moeder woont nog steeds in mijn geboortedorp Assendelft. In ieder geval wekelijks en soms twee keer in de week bezoek ik haar. Daarbij kijk ik vaak mijn ogen uit, want er is heel veel veranderd door de komst van de enorme nieuwbouwwijk Saendelft. Wat hetzelfde is gebleven is deze vlag van Assendelft. Hierboven niet echt goed te zien, vanwege het gebrek aan wind. Hieronder wat beter.
Bij het zien van een paar van dergelijke vlaggen, dacht ik aan mijn borduurpatroontje van de vlag van Assendelft. Voor het geval je er in geïnteresseerd bent, geef ik het je nog eens.

vrijdag 27 februari 2026

Verhalen van mijn vader (6)

Sequoia's in Seqouia National Park door Tuxyso


De komende vrijdagen publiceer ik steeds een van de verhalen die mijn vader Daan Klaassen (1934-2001) heeft geschreven.

Boven het maaiveld uit

Toen we, tijdens een werkweek van onze school, met een twintigtal kinderen en vier begeleiders in het Arboretum in Wageningen waren, vertelde een gids ons over een oude boom, die daar geplant was bij de oprichting van de Landbouwhogeschool, zo'n honderd jaar geleden. Sequoia dendron heette die reus, genoemd naar een indianenhoofdman, die zijn nek uitstak door o.a. te bevorderen dat de indianen honderdvijftig jaar geleden zouden leren lezen en schrijven.
"Die boom is drieëntwintig meter lang en elk jaar probeert hij langer te worden. De nieuwe takjes leggen echter steeds het loodje als de winterse winden die over de hoge flats (23 meter) uitwaaien, de top treffen."

Vele jaren later, in 1994, lag ik in het ziekenhuis in Beverwijk op de vierde etage. We keken uit op een prachtige boom. "Dat is een salix vitalina", zei de tuinarchitect die op onze zaal lag. Het was voorjaar, april-mei, maar ik ontdekte dat de takjes die de wilg langer wilden maken, hun blaadjes grotendeels verloren hadden. "Dat komt", zei mijn zegsman, "door de Hoogovengassen."

Het is vooral de cultuur die ons binnen de alledaagsheid wil dwingen.

donderdag 26 februari 2026

Foto van vroeger

Hoe oud zal ik geweest zijn? Anderhalf, twee? Tijdens het opruimen komen natuurlijk ook foto's tevoorschijn en die zijn altijd leuk om nog eens te bekijken. Als oudste kind van het gezin heb ik niet te klagen over het vastleggen van mijn eerste jaren. Er werd wel gefotografeerd door mijn vader en moeder met een eenvoudig fototoestel, wat te zien is aan niet zulke gedetailleerde plaatjes. Waarschijnlijk is deze foto gemaakt door iemand anders: een familielid, kennis of passerende fotograaf. Ja, die was er in de jaren '60 nog: een fotograaf die aanbelde om zijn diensten aan te bieden.

woensdag 25 februari 2026

Markt

Als kind ging ik graag naar de markt en dat is nog steeds zo. Of het nu de kleine weekmarkt was op dinsdagmiddag in Krommenie waar ik alleen in de schoolvakanties heen kon, de grotere markt in Wormerveer waar veel stoffen te koop waren of de zaterdagse markt in Hoorn die ik associeerde met gezelligheid en soms een ijsje bij de Italiaan. In het Utrechtse kon ik dus mijn ei zeker kwijt, want er zijn allerlei markten.

Toch gaat het niet echt lekker met de markt. Kijk maar naar bovenstaande foto van de dinsdagochtendmarkt op het Smaragdplein. Eigenlijk zie je vooral leegte. Waar een paar jaar geleden nog meerdere "straatjes" waren van marktkramen is er nu een ruim opgezette kring. Ik kan me vergissen maar het lijkt er erg op dat de markt het vooral van ouderen moet hebben. Heel jammer vind ik. Maar ja, eigenlijk behoor ik zelf ook tot de ouderen ...

dinsdag 24 februari 2026

Sara Ploos van Amstel-Rothé

Altijd als ik een museum ben dat een historisch poppenhuis bezit, neem ik een kijkje. Ook al heb ik het desbetreffende poppenhuis al vaker gezien, er valt toch steeds iets nieuws te ontdekken. Daarin ben ik overigens lang niet de enige, het is meestal behoorlijk druk rond zo'n poppenhuis.

Vandaag heb ik het specifiek over het poppenhuis van Sara Ploos van Amstel-Rothé in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Ooit zag ik het in het echt. Recent ontdekte ik een prachtig cahier over dit poppenhuis in mijn eigen boekenkasten. Het is vast in de ramsj gekocht, het kostte namelijk maar 2,50. Of het daarbij om euro's of guldens ging, is niet meer na te gaan.

Er staan de nodige detailfoto's in en er wordt ook iets verteld over de levensloop van Sara. Ze was waarschijnlijk nogal dik en kwam jammerlijk aan haar einde toen de koets waarin ze zat, te water raakte. De omstanders wisten de inzittenden van de koets te redden, behalve Sara die te zwaar bleek en verdronk.

Ik heb de uitgave nog eens goed bekeken en me voorgenomen om bij gelegenheid het Frans Halsmuseum opnieuw te bezoeken. Dit boek gaat niet naar de boekwissel, het mag blijven!