Op 15 februari schreef ik over het boek "Appels en peren" van Maarten Asscher nadat ik het openingsbetoog had gelezen. Het sprak me bijzonder aan omdat het refereerde aan het bedrijven van geschiedschrijving waarvan ik aardig wat weet en dat me ook interesseert. Het was natuurlijk een beetje prematuur om toen al een soort persoonlijke recensie te noteren. Nu ben ik een flink aantal verhalen verder en kan ik een meer onderbouwd blogje over dit boek schrijven.
Je vraagt je misschien af waarom ik niet alle verhalen gelezen heb? Dat is geen lezersluiheid of iets dergelijks. Ik kan ze gewoon niet allemaal echt volgen. Het boek vraagt om een enorme belezenheid. Zo worden Telemachus en Hamlet met elkaar vergeleken bijvoorbeeld. Van zowel Telemachus als Hamlet weet ik eigenlijk niets. Dat maakt het moeilijk tot vrijwel onmogelijk om dit hoofdstuk te volgen. Voor andere hoofdstukken daarentegen is het niet essentieel dat je de besproken schrijvers kent. Zo gaat het over de zwarte schrijver Anatole Broyard die zich voordeed als een blanke. En weer andere betogen spreken me bijzonder aan omdat ik er juist wél wat van af weet. Over Lieve Joris, een schrijfster waarvan ik vrijwel alle boeken heb gelezen. Of het hoofdstuk "Napoleon en ik in Alkmaar" bijvoorbeeld.
Nu beloof ik niet meer terug te komen op dit boek hoor!
4 uur geleden














