vrijdag 13 maart 2026

Verhalen van mijn vader (8)

De komende vrijdagen publiceer ik steeds een van de verhalen die mijn vader Daan Klaassen (1934-2001) heeft geschreven.
De illustratie is dit keer een kleine persoonlijke toevoeging. Sommige leerkrachten staan erop dat er geen shit gezegd wordt, voor anderen telt de intentie van het woordgebruik.

Grove en gevleugelde woorden

'Gij zult de naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken'. Al vroeg moesten we dat uit ons hoofd leren. Ik denk dat ik elke keer bij het biechten het vloeken in het vaste rijtje zonden opgelepeld heb. Maar vloeken is niet erg, tenminste niet wat wat in die tijd onder vloeken werd verstaan, al vindt de bond die tegen vloeken strijdt nog steeds, dat je niet 'sodemieter op' mag zeggen. Voor mij was het een middel om van mijn hart geen moordkuil te maken.

Pas in militaire dienst, toen ik vierentwintig was, kreeg ik een ander zicht op vloeken, op het echte vloeken: Gods naam hechten aan mensenwerk dat onrecht in stand houdt.

Ik heb de jaargangen van 'G 3', het tijdschrift dat zulke dingen verhelderde, lang bewaard. 'Goede Geest Gemeenschap' betekenden die drie G's, die uiting van elan die de tweede fase van mijn bekering tot gevolg had.

Maar sterke woorden ben ik lang blijven gebruiken, om het niet-zuivere in me tot uiting te brengen. De uitdrukkingen die een groep schoolverlaters genoteerd heeft op een met wit papier beplakte bus, getuigen daarvan: 'het piest persas', 'kijk, een boertje op de dijk', 'val in mijn stront', 'tok, tok, tok, al weer een ei', 'opschudding in muizendorp', 'tot de pruimentijd', 'je moet er niet met je pet naar gooien', 'haal je broek maar op', 'nu weten we waar Abram de mosterd haalt', 'je hebt een geheugen als een garnaal', 'ben je helemaal van de ratten besnuffeld', 'ik ben geen politieagent'.

Carlos, Friso, Arjen, Rimke, Guido, Maarten, Frank en Michel waren degenen die deze uitspraken verzamelden. Je kunt enkele van die min of meer krachtige termen onvriendelijk noemen, maar je kunt ze niet los zie van hun context, zoals dat ook bij vloeken zou moeten zijn.

woensdag 11 maart 2026

Sternarcisjes

In onze voortuin staan tamelijk veel narcissen. Van deze soort zijn er echter maar twee. Ze vragen nogal aandacht oftewel wij en onze bezoekers vinden ze bijzonder. Toch zijn ze gewoon op de zaterdagse bloemen- en plantenmarkt gekocht in Utrecht een paar jaar geleden. Ze doven wel langzaam uit, vandaar dat ze nu nog met z'n tweetjes zijn.

De officiële naam is Rip van Winkle. Daarmee wordt gerefereerd aan een verhaalvan Irving uit 1819 over een Amerikaanse dorpeling van Nederlandse afkomst. Wat dat precies met een narcis te maken heeft, die van Ierse oorsprong is? Ik ben het niet te weten gekomen.

Als je overigens het hele verhaal van Irving in het Nederlands wilt lezen, kun je hier terecht. Er rusten natuurlijk geen rechten meer op.

maandag 9 maart 2026

Bachbüchlein

Heel veel jaren heb ik niet écht gestudeerd op de piano. Wel functioneel gespeeld voor mijn werk, waardoor de vaardigheid niet helemaal verdween. Maar toch jammer.

Een duidelijke reden had ik trouwens ook. Mijn motoriek en dan met name de gelijktijdigheid van mijn linkerhand en rechterhand zijn beslist verslechterd, sinds ik ben geopereerd aan een (goedaardige) hersentumor. Na een paar frustrerende ervaringen waarbij het beslist niet zo klonk als ik graag zou willen, besloot ik dat ik me beter op andere dingen kon richten.

Nu ik niet meer werk, is het plezier in pianospelen onverwacht teruggekeerd. Ik kan niet meer spelen zoals ik eens kon, maar oefenen helpt natuurlijk wel. Nu speel ik dagelijks een minuut of tien uit het Bachbüchlein zoals Frey dat samenstelde. Het zijn tamelijk eenvoudige mooie stukjes Bach. Het is fijn!

zondag 8 maart 2026

Jeroen in Hazevoets rijk

In een van onze boekenkasten vonden we het kinderboek "Jeroen in Hazevoets rijk" van Daan Zonderland. We wisten allebei niet hoe we eraan kwamen, wat tamelijk merkwaardig is. Het is geschreven door Daan Zonderland en oorspronkelijk uitgegeven in 1960.

Daan Zonderland kende ik als dichter en eerlijk gezegd helemaal niet als kinderboekenschrijver. Toch heeft hij meer dan 10 kinderboeken geschreven. Als je het in de tijd zet, is het een heel verrassend boek. Bovenal heel fantasierijk en niet moraliserend.

Af en toe kom je een woord tegen dat we niet vaak meer gebruiken zoals guirlandes. Voor kinderen van nu waarschijnlijk onbekend. Verder vind ik het jammer dat elk hoofdstuk begint met een korte inhoudsomschrijving zoals Dit is het vierde hoofdstuk waarin Jeroen zijn handen leert wassen in zijn bord en het verhaal hoort van de koninklijke neusbloem. Dat is inderdaad precies wat er vervolgens gebeurt.

De illustraties van C.W.Voges vind ik mooi. Jeroen is getekend als "een frisse Hollandse jongen" uit de jaren '50 en dat contrasteert mooi met fantasiedieren als de klaphoen en boterfant.

Op de kaft staat "voor kinderen vanaf acht jaar". Nou, inhoudelijk gezien kan het nog wel voor iets jongere kinderen zelfs. Maar het gemiddelde kind van een jaar of acht kan het niet zelf al lezen. Eerlijk gezegd zou ik een boek-van-nu kopen voor kinderen van nu. Als volwassenen van in de zestig hebben we genoten van de avonturen van Jeroen.

zaterdag 7 maart 2026

Paar

Redelijk vlot is de tweede sok volgens mijn eigen patroon gereed gekomen, zodat ik nu weer aan iets nieuws kan beginnen. Dat mag ook wel, want onlangs heb ik een paar zelfgebreide sokken afgedankt. Waar ik eerst alleen hartje winter zulke sokken aantrok, ben ik nu helemaal om. Als de mussen niet van het dak vallen, dan heb ik het liefst mijn eigen breisels aan mijn voeten. Eerder had ik het gevoel dat ze af zouden zakken als ik er een flink eind op liep, maar dat blijkt echt niet te kloppen. Hup. een nieuw paar op de pennen. En dan zonder foutje bij het maken van de teennaad. De sok links is niet helemaal ok. Wel draagbaar gelukkig, dus geen reden om het uit te halen.

vrijdag 6 maart 2026

Verhalen van mijn vader (7)

Mijn vader was radiotelegrafist in militaire dienst.
Hier graaft hij samen met een andere dienstplichtige
een diepe kuil waarin de centrale moet komen.


De komende vrijdagen publiceer ik steeds een van de verhalen die mijn vader Daan Klaassen (1934-2001) heeft geschreven.

Tunnel

Als een trein een tunnel ingaat, in Frankrijk en elders, laat de machinist een snerpend signaal horen. Is dat bedoeld voor iemand die in de tunnel is? Zou een dier in de tunnel op tijd kunnen vluchten of weg kunnen duiken op de grond?

Voor mij, die in de trein zit, is elk tunneltje even wennen. Maar zelf een tunnel inlopen: ik moet er niet aan denken. Als er licht gloort aan het eind kan het nog, maar ik zal niet gauw een tunnel zonder uitzicht ingaan.

Ik zie me nog voor de bochtige rioolbuis, manshoog bijna, waar ik met mijn militaire plunje in moest om te oefenen. Stilletjes ging ik een eindje bij mijn lotgenoten vandaan om te verschuilen tussen de bomen. Toen de oefening voorbij was, kwam ik pas terug, onopgemerkt. Ik praatte daar met niemand over, maar thuis wisten ze het.

Hoe kom je aan zoiets, een angst voor een tunnel, aan angst voor complete duisternis, ook als je in een huis bent? Komt het voort uit een prenatale angst, angst van je moeder die op je overgeslagen is toen je in de baarmoeder leefde? Of is het daar lichter dan je zou verwachten?

donderdag 5 maart 2026

Italiaans

Zo'n veertig jaar geleden studeerde ik schoolmuziek aan het conservatorium. Ik had de tijd van mijn leven: eindelijk een school waaar ik álles interessant vond. Het was ook heel hard werken voor mij, maar ook dat stimuleerde me. Alleeen intellectueel was het niet echt een uitdaging.

Vandaar dat ik vrijwillig het bijvak Italiaans volgde. Mijn klasgenoten waren voor het merendeel zangers, voor wie het vermoedelijk een verplicht vak was. Al na enkele lessen begonnen zij operagerelateerde vragen te stellen. Toen dat alsmaar aanhield en de structuur in de lessen ver te zoeken was haakte ik af.

Dat nam niet weg dat ik het volgende studiejaar het weer probeerde. Een derde keer ook nog trouwens. Het zal niet verbazen dat ik uiteindelijk heel weinig Italiaans geleerd heb.

Het afgelopen jaar ben ik opnieuw begonnen, nu via Duolingo. Het spelelement stimuleert me om er elke dag een beetje aandacht aan te geven. Gelukkkig mag ik legaal meeliften op het abonnement van I., zodat ik onbeperkt fouten kan maken. Verder probeert E. mij aan te moedigen om de taal af en toe echt te spreken in het dagelijkse leven. Spreekvaardigheid is niet mijn sterke kant, dus deze hulp is meer dan welkom. In vocabulaire ben ik beter. Zo ken ik nu "nuttige" woorden als la rana (de kikker), la condizionata (de airco) en il colloquio (het sollicitatiegesprek). Door de gemengde aanpak met het extra oefenen van de spreekvaardigheid, het soms weer inkijken van mijn oude Italiaanse studieboeken en Duolingo, gaat mijn Italiaans toch echt vooruit.
Zijn er misschien lezers van mijn blog die Duolingo-vriend willen worden?

woensdag 4 maart 2026

Sigarettenblikje

Het is oud en behoorlijk vies geworden in het gebruik, dit blikje van Philips Bros. Dat is tegelijkertijd de waarde voor mij. Volgens mijn moeder bewaarde haar moeder - dus mijn oma - haar sigaretten hier in. Rookte ze dan? Helaas is dat niet zo duidelijk. Wél dat ze een winkel in rookwaren heeft gehad in de Jan Pieterszoon Coenstraat in Hoorn.

maandag 2 maart 2026

Centrum van Utrecht

Mooi weer, dus we liepen naar de Utrechtse binnenstad. Ik heb in het centrum gewoond en ben er in ruim veertig jaar natuurlijk heel vaak geweest. Toch heb ik er weer opnieuw van genoten. Van de Catharijnesingel bijvoorbeeld
en van een gedichtje dat we spotten op een woning.
Van tegeltjes boven voordeuren op de Pelmolenweg, waarin je als je goed kijkt druiventrossen kan ontdekken.
En van dit stukje etalage op de Twijnstraat. Je kunt deze poppetjes/beeldjes vast ook elders krijgen, maar ik had ze niet eerder gezien.
Toch weer eens wat vaker aan de wandel naar en in het stadscentrum.

zondag 1 maart 2026

Opnieuw "Appels en peren"

Op 15 februari schreef ik over het boek "Appels en peren" van Maarten Asscher nadat ik het openingsbetoog had gelezen. Het sprak me bijzonder aan omdat het refereerde aan het bedrijven van geschiedschrijving waarvan ik aardig wat weet en dat me ook interesseert. Het was natuurlijk een beetje prematuur om toen al een soort persoonlijke recensie te noteren. Nu ben ik een flink aantal verhalen verder en kan ik een meer onderbouwd blogje over dit boek schrijven.

Je vraagt je misschien af waarom ik niet alle verhalen gelezen heb? Dat is geen lezersluiheid of iets dergelijks. Ik kan ze gewoon niet allemaal echt volgen. Het boek vraagt om een enorme belezenheid. Zo worden Telemachus en Hamlet met elkaar vergeleken bijvoorbeeld. Van zowel Telemachus als Hamlet weet ik eigenlijk niets. Dat maakt het moeilijk tot vrijwel onmogelijk om dit hoofdstuk te volgen. Voor andere hoofdstukken daarentegen is het niet essentieel dat je de besproken schrijvers kent. Zo gaat het over de zwarte schrijver Anatole Broyard die zich voordeed als een blanke. En weer andere betogen spreken me bijzonder aan omdat ik er juist wél wat van af weet. Over Lieve Joris, een schrijfster waarvan ik vrijwel alle boeken heb gelezen. Of het hoofdstuk "Napoleon en ik in Alkmaar" bijvoorbeeld.

Nu beloof ik niet meer terug te komen op dit boek hoor!