2 uur geleden
donderdag 28 mei 2026
Rondje tuin
De hogere temperaturen na een paar natte dagen, zorgen ervoor dat de tuin tot wasdom komt met veel bloemen. Een klein rondje tuin, waarbij ik me beperk tot wat er op dit moment bloeit.
In groten getale zijn dat om te beginnen de Mexicaanse margrietjes. Het zijn er een beetje té veel, de ervaring leert echter dat ze makkelijk uit te trekken zijn en het is een mooie bodembedekker. Datzelfde geldt voor de uitdijende campanula. Zie je trouwens het slaapmutsje er tussendoor piepen. Het keert elk jaar vanzelf terug.
De roos heeft tientallen knoppen en een paar zijn er al tot wasdom gekomen.
En hoe vind je de lichtroze zweeem van de wilde valeriaan? Vanzelf in de tuin gekomen en een snelle groeier. Ik heb 'm trouwens verwijderd uit de grond en even nog in een vaas buiten gezet. We houden wel van een beetje natuurlijke tuin, maar het kan ook te gek.
Het elegante juffertje-in-het-groen staat overal tussendoor, zowel met blauwe als witte bloemen.
Last but not least een paar bloemetjes van de aardbei. De eerstelingen uit eigen tuin verwachten we elk moment.
maandag 25 mei 2026
Betoverde tuin
Zoekend naar leuke links, vond ik het gratis patroon "Enchanted garden" van Kreinik. Eigenlijk was ik meteen enthousiast over de mogelijkheid die het bood om een aantal borduursteken weer eens te oefenen. Ik deed een aantal kleurtjes borduurgaren in een klein doosje, printte het patroon en knipte een stukje Aida. Zie daar mijn kant-en-klaar borduurpakketje voor onderweg.
Het was beter geweest als ik eerst even goed had gekeken, voordat ik in de trein stapte met mijn spulletjes. Eigenlijk is het echt een patroon om op linnen te borduren, waarbij je de groene blaadjes met dichtopeenliggende spansteken kunt maken. Nu zat er niets anders op dan op een aantal punten zelf iets anders te improviseren.
Mijn kleurkeuze is ook totaal anders dan op het voorbeeld, dat je hieronder kunt zien.
Het was beter geweest als ik eerst even goed had gekeken, voordat ik in de trein stapte met mijn spulletjes. Eigenlijk is het echt een patroon om op linnen te borduren, waarbij je de groene blaadjes met dichtopeenliggende spansteken kunt maken. Nu zat er niets anders op dan op een aantal punten zelf iets anders te improviseren.
Mijn kleurkeuze is ook totaal anders dan op het voorbeeld, dat je hieronder kunt zien.
vrijdag 22 mei 2026
Verhalen van mijn vader (17)
De komende vrijdagen publiceer ik steeds een van de verhalen die mijn vader Daan Klaassen (1934-2001) heeft geschreven.
Buurtgenoten
De straat was ons speelterrein voor trefbal, touwtje springen, hinkelen en voetballen. Dat kón toen nog. Als we voetbalden waren de doelen, ter breedte van de halve straat, bij de putjes, de ijzeren roosters waardoor het hemelwater naar het riool ging. Ik schat dat het speelveld veertig meter lang was.
We speelden voorzichtig: geen hoge verre trappen, maar samenspel over de grond. Want we wilden zo weinig mogelijk overlast bezorgen. Toch belandde de bal soms in het voortuintje van deze of gene buurtgenoot. Dat was bij de ene buur minder erg dan bij de andere. Er waren er van wie je voelde dat er helemaal geen ergernis was, maar bij anderen moest het niet te vaak gebeuren. Bij de een kon je openlijk de bal pakken, bij de ander moest je het ongemerkt proberen te doen.
Het stiekemst moest het bij vrouw M. Die was komen wonen in het huis van buurman en buurvrouw Ruyter. Vrouw M. ging door voor een communist, maar of dat ermee te maken heeft betwijfel ik. Voor elke bal die over haar dichte hek terechtkwam, moest je én snel én steels te werk gaan: gauw het poortje openen en onder de ramen doorduiken om de bal te pakken. Het was alsof ze altijd op de uitkijk stond, want meer dan eens repte ze zich uit de zijdeur om ons voor te zijn zodat ze de bal kon inpikken. En áls ze hem had, kreeg je hem niet meer terug. Nog erger was het wat ze ook wel eens deed: de bal doormidden snijden.
Vreemd, dat je zo'n eenzijdig beeld van de mensen om je heen kon hebben, vooral van de mensen die niet tot een kerk behoorden. Is het nu hetzelfde, nu we ouder zijn en vijfentwintig jaar in hetzelfde huis wonen?
Voorlopig is dit even het laatste verhaal van mijn vader. Er zijn er meer, maar daar komen bijvoorbeeld te goed herkenbare mensen in voor. Mogelijk vind ik later andere geschikte schrijfsels.
Buurtgenoten
De straat was ons speelterrein voor trefbal, touwtje springen, hinkelen en voetballen. Dat kón toen nog. Als we voetbalden waren de doelen, ter breedte van de halve straat, bij de putjes, de ijzeren roosters waardoor het hemelwater naar het riool ging. Ik schat dat het speelveld veertig meter lang was.
We speelden voorzichtig: geen hoge verre trappen, maar samenspel over de grond. Want we wilden zo weinig mogelijk overlast bezorgen. Toch belandde de bal soms in het voortuintje van deze of gene buurtgenoot. Dat was bij de ene buur minder erg dan bij de andere. Er waren er van wie je voelde dat er helemaal geen ergernis was, maar bij anderen moest het niet te vaak gebeuren. Bij de een kon je openlijk de bal pakken, bij de ander moest je het ongemerkt proberen te doen.
Het stiekemst moest het bij vrouw M. Die was komen wonen in het huis van buurman en buurvrouw Ruyter. Vrouw M. ging door voor een communist, maar of dat ermee te maken heeft betwijfel ik. Voor elke bal die over haar dichte hek terechtkwam, moest je én snel én steels te werk gaan: gauw het poortje openen en onder de ramen doorduiken om de bal te pakken. Het was alsof ze altijd op de uitkijk stond, want meer dan eens repte ze zich uit de zijdeur om ons voor te zijn zodat ze de bal kon inpikken. En áls ze hem had, kreeg je hem niet meer terug. Nog erger was het wat ze ook wel eens deed: de bal doormidden snijden.
Vreemd, dat je zo'n eenzijdig beeld van de mensen om je heen kon hebben, vooral van de mensen die niet tot een kerk behoorden. Is het nu hetzelfde, nu we ouder zijn en vijfentwintig jaar in hetzelfde huis wonen?
Voorlopig is dit even het laatste verhaal van mijn vader. Er zijn er meer, maar daar komen bijvoorbeeld te goed herkenbare mensen in voor. Mogelijk vind ik later andere geschikte schrijfsels.
donderdag 21 mei 2026
Leuke links

Het is veel te lang geleden dat ik een paar leuke links heb geplaatst.
- Ik pak de draad op met een naaipatroon van een olifantenslinger. Het lijkt me goed te doen.
- Dat geldt ook voor de gehaakte madeliefjes. De meeste hebben wat vreemde kleuren, vrolijk zijn ze wel.
- Een lijstje tips zonder borduurpatroon kan natuurlijk niet op een borduurblog. Het patroon Enchanted Garden is van Kreinik.
woensdag 20 mei 2026
Langzaam, heel langzaam
Het gratis patroon voor dit t-shirt vond ik op de blog van Bernina. Het heet "Supersnel Shirt" en idealiter zou je het in 90 minuten klaar moeten hebben. Zelf deed ik er veel en veel langer over. Dat ligt niet aan het patroon of de omschrijving, maar aan mijn geringe naaiervaring. En dan heb ik ook nog eens over de aanwijzing in stap 4 heen gelezen dat je het patroondeel voor de halsafwerking zo nodig moet verlengen.
Liefst drie keer heb ik de halsstrook opnieuw vastgenaaid. Aangezien je dat in twee stappen doet, moest ik twee keer twee stiksels lospeuteren die bovendien slecht te zien waren. Kortom het viel niet mee, al heb ik er wel veel van geleerd.
Voor mezelf noteer ik in ieder geval een paar reminders: de halsopening kan iets kleiner, bijvoorbeeld van een maat kleiner; het zomen van de onderrand van het shirt kan beter gebeuren met de goede kant boven; eerst goed meten voor de halsafwerking én vastzetten met een rijgdraad.
Het is zaak om het geleerde snel nog een keer toe te passen, dan vergeet ik niet hoe het moet. Gelukkig heb ik nog een paar lapjes tricot liggen.
Liefst drie keer heb ik de halsstrook opnieuw vastgenaaid. Aangezien je dat in twee stappen doet, moest ik twee keer twee stiksels lospeuteren die bovendien slecht te zien waren. Kortom het viel niet mee, al heb ik er wel veel van geleerd.
Voor mezelf noteer ik in ieder geval een paar reminders: de halsopening kan iets kleiner, bijvoorbeeld van een maat kleiner; het zomen van de onderrand van het shirt kan beter gebeuren met de goede kant boven; eerst goed meten voor de halsafwerking én vastzetten met een rijgdraad.
Het is zaak om het geleerde snel nog een keer toe te passen, dan vergeet ik niet hoe het moet. Gelukkig heb ik nog een paar lapjes tricot liggen.
dinsdag 19 mei 2026
Geschilderde selfie
Het meeste werk van de Utrechtse graffitikunstenaar Jan is de Man vind ik mooi. Als ik op zijn website kijk, vind ik de meeste murals echt een toevoeging aan de omgeving. Bij deze theekan op de Oosterkade in Utrecht, heb ik dat wat minder. Misschien is het vooral het kleurgebruik dat me niet zo aanspreekt.
Meesterlijk werk is het wel. Kijk maar naar de weerspiegeling van de huizen op de Westerkade. Zo ziet het rijtje er inderdaad uit. De individuele huizen kun je heel goed onderscheiden.
In 2023 liet ik trouwens al zijn giraffe zien op deze blog.
maandag 18 mei 2026
Het eiland van de verdwenen bomen
Op de blog van Bertie Bo stond een lovende recensie van dit boek van Elif Shafak en daarom besloot ik het aan te vragen in de bibliotheek. Het gaat over een familiegeschiedenis die verweven is met de splitsing van Cyprus in een Grieks en Turks deel. En over een vijgenboom die vrijwel alles ziet en een deel van het verhaal vertelt vanuit het perspectief van een boom. Dat laatste - het schrijven vanuit een vijgenboom - vind ik verrassend en heel knap gedaan.
Naar aanleiding van dit boek heb ik verdere informatie over Elif Shafak opgezocht. Ik vermoedde een Cypriotische afkomst, maar dat klopt niet. Het blijkt de best verkochte vrouwelijke schrijfster van Turkse afkomst te zijn, die al 21 boeken heeft gepubliceerd. Dertien daarvan zijn in het Nederlands vertaald. Ik ga beslist kijken wat de bibliotheek nog meer van haar heeft.
Naar aanleiding van dit boek heb ik verdere informatie over Elif Shafak opgezocht. Ik vermoedde een Cypriotische afkomst, maar dat klopt niet. Het blijkt de best verkochte vrouwelijke schrijfster van Turkse afkomst te zijn, die al 21 boeken heeft gepubliceerd. Dertien daarvan zijn in het Nederlands vertaald. Ik ga beslist kijken wat de bibliotheek nog meer van haar heeft.
zondag 17 mei 2026
Samenleven
De slogan van deze poster is me uit het hart gegrepen. De ondertitel trouwens ook: laat zien dat samen sterker is. In deze tijd van polarisatie is het denk ik heel belangrijk om verbinding te zoeken. Het is een poster van Vluchtelingenwerk. Asielzoekers zijn een gemakkelijke zondebok, aan wie heel veel problemen van onze maatschappij worden toegeschreven. In bredere zin moeten we mijns inziens ook meer ons best doen om samen te leven. Voorlopig hangt de poster bij ons voor het raam, als een reminder voor mezelf en anderen.
zaterdag 16 mei 2026
Okslama danseres
Digitaal bladerend door oude foto's valt mijn oog op de danseres in het midden, die geknield klaar zit voor de Okslama dans. Vanuit geknielde positie moet je bij deze dans zo hoog mogelijk springen. Het was onderdeel van de Dionysos cultus, waarin vrouwen dronken werden, dansten en rauw vlees aten. Ook kwam er seks bij kijken en was er muziek. Achter de danseres staat een Eros-figuur, die haar mantel open houdt.
Het beeldje stamt uit de vroeg-Griekse tijd (meer dan 1000 jaar voor Christus) en is te zien in het Allard Pierson in Amsterdam. Los van de Dionysos-cultus, vind ik het heel knap gemaakt en afwijkend van wat we meestal aan beelden zien uit de Myceense tijd. Kortom het trekt mijn aandacht.
Het beeldje stamt uit de vroeg-Griekse tijd (meer dan 1000 jaar voor Christus) en is te zien in het Allard Pierson in Amsterdam. Los van de Dionysos-cultus, vind ik het heel knap gemaakt en afwijkend van wat we meestal aan beelden zien uit de Myceense tijd. Kortom het trekt mijn aandacht.
vrijdag 15 mei 2026
Verhalen van mijn vader (16)
De komende vrijdagen publiceer ik steeds een van de verhalen die mijn vader Daan Klaassen (1934-2001) heeft geschreven.
Lange dunne
Als ik aan vis denk, denk ik aan Volendam, waar ik werkte van december 1958 tot augustus 1960. Ik was kostganger bij Henk en Gaar, een buschauffeur en zijn eega. Als Henk terugkwam van zijn late dienst, had hij vaak een gerookte makreel mee. Die nog warme vis aten we met ons drieeën op, 's avonds om half elf.
Het is geen wonder dat ik nog nooit zo zwaar ben geweest als in die tijd: vierenzeventig kilo. Maar misschien kwam dat ook door de lange dunne, zoals de ondermaatse palingen werden genoemd. Bij de palingvangst waren die per ongeluk opgevist, maar 's morgens voor dag en dauw, dus nog voor er gecontroleerd werd, ging Jan en alleman naar de botter van deze of gene bevriende visser om zijn of haar emmertje aal op te halen.
Ik zie nog de stukjes aal rechtop in het lage emaillen schaaltje staan, klaar om gegeten te worden. Hoe het bereid werd weet ik niet, maar voor ik in Volendam was had ik noch lange dunne noch gerookte makreel gegeten. Je zou zie tijd 'de periode van de lange dunne' kunnen noemen.
Thuis aten we vis op de vrijdagen die daartoe bij kerkelijke wetgeving waren uitgekozen, o.a. de quatertemperdagen die in de volksmond kwaaie temperdagen heetten. Maar welke vis we ook aten: aan graten had ik een hekel. De lekkerte moest zonder gepriegel genoten worden. Gerookte paling en gebakken bokking vond ik het lekkerst.
Lange dunne
Als ik aan vis denk, denk ik aan Volendam, waar ik werkte van december 1958 tot augustus 1960. Ik was kostganger bij Henk en Gaar, een buschauffeur en zijn eega. Als Henk terugkwam van zijn late dienst, had hij vaak een gerookte makreel mee. Die nog warme vis aten we met ons drieeën op, 's avonds om half elf.
Het is geen wonder dat ik nog nooit zo zwaar ben geweest als in die tijd: vierenzeventig kilo. Maar misschien kwam dat ook door de lange dunne, zoals de ondermaatse palingen werden genoemd. Bij de palingvangst waren die per ongeluk opgevist, maar 's morgens voor dag en dauw, dus nog voor er gecontroleerd werd, ging Jan en alleman naar de botter van deze of gene bevriende visser om zijn of haar emmertje aal op te halen.
Ik zie nog de stukjes aal rechtop in het lage emaillen schaaltje staan, klaar om gegeten te worden. Hoe het bereid werd weet ik niet, maar voor ik in Volendam was had ik noch lange dunne noch gerookte makreel gegeten. Je zou zie tijd 'de periode van de lange dunne' kunnen noemen.
Thuis aten we vis op de vrijdagen die daartoe bij kerkelijke wetgeving waren uitgekozen, o.a. de quatertemperdagen die in de volksmond kwaaie temperdagen heetten. Maar welke vis we ook aten: aan graten had ik een hekel. De lekkerte moest zonder gepriegel genoten worden. Gerookte paling en gebakken bokking vond ik het lekkerst.
Abonneren op:
Posts (Atom)




















