zondag 15 februari 2026
Appels en peren
Sinds ons laatste bezoek is er aardig wat veranderd en opgeknapt, zodat we aangenaam verrast waren over de boekenafdeling. Prompt kwam ik met twee boeken thuis, waaronder de bundel "Appels en peren" van Maarten Asscher. De ondertitel van het boek luidt "Lof van de vergelijking" en zoals je waarschijnlijk al uit de titel kunt opmaken gaat het precies daarover. Geen roman dus en eerlijk gezegd ook niet echt lichte kost. Ik heb alleen het openingsbetoog tot nu toe gelezen. Het spreekt me bijzonder aan juist door de vergelijkingen die getrokken worden en de relativering van die vergelijkingen, zoals die tussen het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië in 1978 en de Olympische Spelen in Berlijn van 1936. Het gaat mank én er zijn zeker parallellen.
Een aanrader? Niet als gemakkelijk tussendoortje en alleen als je historische interesse hebt. Ik lees graag verder.
zaterdag 14 februari 2026
Norderney
Bij toeval kwam ik (digitaal) wat meer in aanraking met het Duitse Norderney. Vanaf Nederland gezien gaat het om het derde eiland in de rij. Aan het einde van de negentiende eeuw was Norderney al in trek als luxe kuuroord. Het had in 1890 3556 inwoners en ruim 17.000 gasten per jaar. De bewoners leefden desondanks lang niet allemaal in welvaart. In het winterseizoen kregen 40 tot 60 kinderen een kosteloze warme maaltijd van het "Komite für Armenpflege". Er werd in die jaren wel een adresboek uitgegeven, dat eigenlijk een soort toeristische gids was met veel advertenties van de plaatselijke middenstand. Het is erg leuk dat je die gewoon kan downloaden op internet.
Wil ik nu naar Norderney? Nou nee, zo bedoel ik het ook weer niet. Het digitale bezoekje was leuk en soms is dat genoeg.
vrijdag 13 februari 2026
Verhalen van mijn vader (4)
Roken
Ik zie ze op verjaardagen en feestjes nog in onze kamer zitten: oom Toon, oom Ben, oom Herman en mijn vader. Ze genoten van hun borreltje en hun sigaar. Het was of dat hun hemel was. Ze konden niet vermoeden dat er ooit een 'break' hun bestaan zou komen.
We verkochten van alles in onze kruidenierswinkel in Broekerhaven, ook tabaksartikelen en vleeswaren. Voor dat laatste hadden we een vleessnijmachine, die konden instellen op de gewenste plakjesdikte. Maar het werd oorlog en na de eerste oorlogsjaren stagneerde alles, zodat er op een bepaald moment noch vlees, noch tabak in voorraad was. Wie vlees wilde blijven eten, moest zelf slachten b.v. een konijn of een geit. Wie wilde blijven roken moest zelf tabaktelen. Hoe moeizaam de tabaksplant hier ook groeide, hoe slecht de kwaliteit van de gedroogde bladeren ook was, het moest gek gaan als je niet toe kwam aan je shaggie. Gelukkig hadden we de vleessnijmachine. Die stond als het ware te wachten op nieuw werk. We schoven een stapeltje tabaksbladeren voor het scherpe mes, net zolang totdat de tabak fijn genoeg werd om in een vloeitje te rollen of in een stukje krantenpapier. Toen de oorlog eindigde was het mes onbruikbaar geworden.
Hoe lang het geduurd heeft voor mijn ooms en mijn vader weer als vorsten van hun sigaar genoten, weet ik niet. Maar ik ben nooit aan roken begonnen en zij hebben vastgehouden aan wat zij dachten en wij zongen: "Hotsjek, hotsjek, eigen teelt is rotshag. Geef mij maar een pakje van BK."
donderdag 12 februari 2026
Wafels
Geen recept deze keer trouwens, want ik heb zo vaak wafels gebakken dat ik op het gevoel wat doe met zelfrijzende bakmix, amandelmeel, eieren, melk en een beetje vanillesuiker.
woensdag 11 februari 2026
Weerspiegeling
dinsdag 10 februari 2026
Speels idee
maandag 9 februari 2026
Op grote voet
zondag 8 februari 2026
Jacobikerk
zaterdag 7 februari 2026
Onderweg
vrijdag 6 februari 2026
Verhalen van mijn vader (3)
Idyllisch plaatje uit 2018 van het plaatsje Broekerhaven waar mijn vader Daan Klaassen opgroeide
Hieronder een gedeelte uit het verhaal "Buren" geschreven door hem.
Buren
Bij Afie ging mijn moeder wel eens buurten. Dat deed ze 's avonds. Misschien om de dagelijkse zorgen van zich af te wentelen of gewoon voor de gezelligheid. Ik denk dat soms de tijd vergeten werd, want meer dan eens haalde mijn vader haar op.
Van één keer herinner ik me dat scherp, want toen werd ik wakker en riep om mijn moeder. Maar hoe ik ook riep: er kwam niemand. Vlak ervoor had ik in de eerste klas in '40-'41 het sprookje van Klein Duimpje gehoord, dat jongetje van arme ouders, door hen in de steek gelaten. Dat verhaal leek zich te herhalen. Ik bleef, al wanhopiger, roepen, samen met mijn twee jongere broers en mijn zusje.
Toen mijn ouders de deur uitgingen bij Bertus en Afie hoorden ze dat gegil. Ze zullen haastig naar huis gegaan zijn, maar ze zorgden daarna altijd voor oppas. Dat was niet zo moeilijk, want de oudste buurkinderen waren veel ouder dan wij.

















