De komende vrijdagen publiceer ik steeds een van de verhalen die mijn vader Daan Klaassen (1934-2001) heeft geschreven.
Onkruid
"Onkruid bestaat niet. Wie het over onkruid heeft, zegt dat uit onkunde", zeg ik wel eens. Maar wie het uit een ander oogpunt beziet, heeft eveneens gelijk.
Langs de Dorpsstraat van Assendelft liggen enkele honderden vierkante meters grond van Rijkswaterstaat, waar ik mocht zaaien, oogsten, wieden, spitten, snoeien en kijken. Waar ik kon begrijpen hoe het welig tierende straatgras, het uitdijende zevenbladgebied en de zich ondergronds vertakkende brandnetels de taal beïnvloeden en hoe mensen die van de opbrengst van hun akker moeten leven ertoe komen rigoureus weg te ruimen wat afbreuk doet aan hun inkomen. Want het kost veel tijd om je tuin ertoe te brengen alle gewassen tot hun recht te laten komen. De spontaan opgekomen bessenstruik mag groeien, van de tientallen toortsen mogen er heel wat blijven, een vlier, een els en een lijsterbes krijgen een andere plaats en muur is een goede bodembedekker.
Dus wat in de bijbel staat, "laat het opgroeien tot de oogst", geldt maar beperkt. Je móet de kastanjes, van de buren en jezelf, oprapen, zoals je de esdoornopslag en de andere in-de-weg-zitters moet opruimen, als je tenminste nog wat wilt oogsten.
Is het in jezelf ánders? Moet je niet snoeien en inperken om het goede kansen te geven, ook al weet je dat onkruid nooit helemaal vergaat, ja zelfs moet blijven?
3 uur geleden

