vrijdag 30 januari 2026

Verhalen van mijn vader (2)

Ter inleiding: mijn vader Daan Klaassen is na een langdurige ziekte op 66-jarige leeftijd overleden in 2001. Hij was (lesgevende) directeur van een basisschool, maar hield ontzettend veel van schrijven. Op latere leeftijd volgde hij de schrijversvakschool in Amsterdam en gaf daarna schrijfcursussen in het buurthuis. Hij heeft veel teksten nagelaten, waarvan ik er elke vrijdag eentje plaats op mijn blog. Dit keer een verhaal uit 1997 over het bombardement van de Marinewerf van Den Helder op 19-2-1943.

Een zeepbel

Als een zeepbel is je bestaan.

In 1943, precies vierenvijftig jaar geleden, waren er, in Den Helder bij de scheepswerf, mensen op zoek naar vermisten. De laatste die gevonden werd was mijn zevendertigjarige oom Antoon, de jongste broer van mijn vader. Overdekt met zand en betonresten werd hij gevonden, vlak bij een schuilkelder. Hij was een van de tweeënvijftig slachtoffers van het bombardement van de geallieerden. Zijn foto hangt nog bij mijn zeventigjarige neef Daan Heiting, die als vijftienjarige bij het inslaan van de brisantbommen op straat was gaan liggen, onder zijn fiets.

Een flierefluiter werd die oom bij ons thuis genoemd, een vrijgezel die het huis waarin zijn ongetrouwde zusters het heft in handen hielden ontvluchtte, door in het weekend regelmatig naar Amsterdam te gaan, samen met Kees, een broer die toen eveneens ongetrouwd was. Zijn zwager, Ben Heiting, die commandeur was op de Werf, had hem naar Den Helder gehaald, zodat hij ontkwam aan de tewerkstelling in Duitsland. Vond hij onderduiken te riskant? Het liep af zoals het in het gedicht van P.N. van Eyk, 'de tuinman en de dood', staat: Den Helder werd zijn Ispahan.

Geen opmerkingen: