vrijdag 1 mei 2026

Verhalen van mijn vader (14)

De komende vrijdagen publiceer ik steeds een van de verhalen die mijn vader Daan Klaassen (1934-2001) heeft geschreven.
De afgebeelde volkstuin is overigens niet het 'landje' van mijn vader, daarvan bestaan alleen een paar analoge onduidelijke foto's.

Mest

Je land en je tuin behoeven mest. Bladgewas vergt veel mest, wortelgewas iets minder, vruchtgewas weinig. Zo doen we dat op het 'landje', de 580 vierkante meter die we van Rijkswaterstaat huren, een in de ogen van echte tuinders rommelig stukje grond, dat lang niet ten volle benut wordt.

Mesten is al moeilijk, want het zijn de bomen die er vermoedelijk het meest van profiteren. De zes appelboompjes staan dicht bijeen. Die krijgen eens in de drie jaar oude koemest, net als de bessenstruiken. Maar de grootste bomen, de esp of de ratelpopulier en de kastanje, slurpen met het water de voedingsstoffen uit de grond.

Maar hoe was dat in de oorlog, toen we in Broekerhaven woonden, in een tuinbouwgebied. Hoe kom je aan mest als bijna alles stilligt, zoals in de hongerwinter.

We hadden enkele appelbomen achter het huis, maar alleen onze eigen faecaliën konden uitkomst verschaffen. Ik zie nóg, dat mijn vader de emmer leegt, die onder de bril zijn verzameling bewaarde.

Oude mest schijnt het beste te zijn, koemest veel beter dan paardenmest, maar hoewel ik van deze dingen niets afweet, kan ik me niet voorstellen dat de appelbomen opbloeiden door die oorlogsactie.

Geen opmerkingen: