De komende vrijdagen publiceer ik steeds een van de verhalen die mijn vader Daan Klaassen (1934-2001) heeft geschreven.
Roken
Ik zie ze op verjaardagen en feestjes nog in onze kamer zitten: oom Toon, oom Ben, oom Herman en mijn vader. Ze genoten van hun borreltje en hun sigaar. Het was of dat hun hemel was. Ze konden niet vermoeden dat er ooit een 'break' hun bestaan zou komen.
We verkochten van alles in onze kruidenierswinkel in Broekerhaven, ook tabaksartikelen en vleeswaren. Voor dat laatste hadden we een vleessnijmachine, die konden instellen op de gewenste plakjesdikte.
Maar het werd oorlog en na de eerste oorlogsjaren stagneerde alles, zodat er op een bepaald moment noch vlees, noch tabak in voorraad was.
Wie vlees wilde blijven eten, moest zelf slachten b.v. een konijn of een geit. Wie wilde blijven roken moest zelf tabaktelen. Hoe moeizaam de tabaksplant hier ook groeide, hoe slecht de kwaliteit van de gedroogde bladeren ook was, het moest gek gaan als je niet toe kwam aan je shaggie.
Gelukkig hadden we de vleessnijmachine. Die stond als het ware te wachten op nieuw werk. We schoven een stapeltje tabaksbladeren voor het scherpe mes, net zolang totdat de tabak fijn genoeg werd om in een vloeitje te rollen of in een stukje krantenpapier.
Toen de oorlog eindigde was het mes onbruikbaar geworden.
Hoe lang het geduurd heeft voor mijn ooms en mijn vader weer als vorsten van hun sigaar genoten, weet ik niet. Maar ik ben nooit aan roken begonnen en zij hebben vastgehouden aan wat zij dachten en wij zongen: "Hotsjek, hotsjek, eigen teelt is rotshag. Geef mij maar een pakje van BK."
2 uur geleden


1 opmerking:
Je zou er best een boek van kunnen maken, van de verhalen van je vader!
Een reactie posten